Top 3 klassieke toneelstukken uit de Nederlanden

Top 3 klassieke toneelstukken uit de Nederlanden

De Nederlanden zijn niet enkel de bakermat van de middeleeuwse en renaissancistische kunst, ook achter de schrijverstafel en op de bühne werden verschillende meesterwerken afgeleverd. 

De meesten daarvan zijn ook vandaag nog actueel en worden nog steeds opgevoerd. Dit zijn de drie grootste klassiekers:

Joost Van den Vondel – Lucifer (1654)

Lucifer geldt als een klassieker in de wereldliteratuur. Dit toneelstuk ging op 2 februari 1654 in première in de Amsterdamse Schouwburg.

Het stuk gaat over de engel Lucifer, die in opstand komt wanneer God de mens boven de engelen plaatst.

De opstand  eindigt als de aartsengel Michaël de weerspannige engel uit de hemel bliksemt, waardoor Lucifer verdoemd is om op aarde rond te dwalen.

Kwaad omdat hij uit de hemel werd verdreven, zint Lucifer op wraak. Hij verleidt het eerste mensenkoppel, Adam en Eva, om te zondigen.

Lucifer werd door Van den Vondel opgedragen aan Ferdinand III, keizer van het Heilige Roomse Rijk. Onder invloed van de kerk, verbood het stadsbestuur van Amsterdam al na de tweede voorstelling verdere opvoeringen.

Pas in de negentiende eeuw werd het stuk weer opgevoerd. Van den Vondel werd geïnspireerd door de verschillende onrechtmatige opstanden in de politieke wereld van de jaren 1640.

Lucifer wordt neergezet als een menselijk personage, die pas na veel twijfelen en veel tegenkanting, de kant van het kwade kiest. Het stuk behandelt thema’s als de vrije wil en de spanning tussen geloof en rede.

Gerbrand Adriaensz Bredero – Spaanschen Brabander (1617)

De Spaanschen Brabander is een komedie uit 1617. Het hoofdpersonage Jerolimo is een Antwerpenaar die volledig blut aankomt in Amsterdam, waar hij zich voordoet als een rijke man.

Vooral het Amsterdamse straatleven is in dit toneelstuk erg levendig uitgebeeld. Jerolimo’s fantasie doet hem ontsnappen uit de harde werkelijkheid van het dagelijkse leven.

Op straat leert hij de jonge bedelaar Robbeknol kennen, die zijn knecht wordt. De ziekte die armoede is, wordt genezen door de ongebreidelde verbeelding van Jerolimo en Robbeknol.

De verbeelding wordt hoger ingeschat dan materiële bezittingen. Het leven van gewone mensen wordt op fenomenale wijze neergezet. Zo zijn er de straatjongens, maar ook de slagers, goudsmeden, schilders en leerlooiers die perfect worden neergeschreven.

Het stuk eindigt wanneer Jerolimo op een dag verdwijnt uit Amsterdam, samen met alle bezittingen die hij van argeloze burgers in bruikleen kreeg.

Het blijspel is gebaseerd op de Spaanse roman Lazarillo de Tormes, een Spaanse schelmenroman uit 1554.

Na 1985 werd het stuk niet meer opgevoerd.

Auteur onbekend – Elckerlyc (1470)

Elckerlijc of Elckerlyc heet in het Oudnederlands voluit ‘Den Spyeghel der Salicheyt van Elckerlijc’ – Hoe dat elckerlijc mensche wert ghedaecht Gode rekeninghe te doen’.

Het is een zogenaamd zinnespel of moraliteit. Wie het stuk schreef is niet bekend. Sommige bronnen wijzen Peter van Diest aan als mogelijk auteur. Ook kartuizer Petrus Dorlandus behoort tot de mogelijke kandidaten, aangezien lang werd aangenomen dat het stuk door een theoloog geschreven moest zijn.

Elckerlijc bevat namelijk heel wat symbolische uitbeeldingen van sacramenten en kerkelijke rituelen. Het originele werk werd in 1496 gedrukt in Delft. Dat werk is echter onvolledig. Elckerlijc was in de middeleeuwen een erg populair theaterstuk.

Het stuk gaat over God die kwaad is omdat de sterveling Elckerlijc geen angst kent en een zondig leven lijdt. Daarom krijgt ‘De Dood’ de opdracht om Elckerlijc mee te delen dat hij zal sterven.

Hij probeert De Dood om te kopen en smeekt tevergeefs om uitstel. Hij krijgt wel één gunst: hij mag iemand uitnodigen om hem op zijn reis te vergezellen. Zijn vrienden ‘Gezelschap’, ‘Vrienden’ en ‘de Maghe’ beloofden eerst mee te gaan, tot ze horen wat zijn bestemming is.

Hij wordt door allen in de steek gelaten. ‘Deugd’ (symbool voor het goede) is te zwak om hem te begeleiden en verwijst hem door naar ‘Kennisse’ (symbool voor zelfkennis). Die overtuigt Elckerlijc om te gaan biechten.

Na zijn biecht herstelt ‘Deugd’ wonderbaarlijk en kan hij Elckerlijc vergezellen richting de dood. Het personage Elckerlijc symboliseert alle mensen op aarde.

In dit stuk gaat het om het kerkelijke dogma dat iedereen (Elckerlijc) verantwoording zal moeten afleggen over zijn aards leven en zich daarom tijdens het leven al moet voorbereiden op de dood, om zo toegang te krijgen tot de hemel.

Nadat de mens dood is, is het goede namelijk het enige wat van hem overblijft.

Close Menu