Dagboek van Wim Kan

Het is niet zo vreemd dat de bekende oud cabaretier en oprichter van de oudejaarsconference, Wim Kan, zijn dagboeken naliet aan zijn assistent Frans Rühl, die na jaren samengewerkt te hebben al zijn nukken en grillen kent. Doordat Wim zelf geen kinderen had is hij dan ook dol op de zoon van Frans, Franco Rühl, die kind aan huis was bij Kan. De geschreven teksten erfde Frans in 1989, hij verzorgde uiteindelijk ook de uitgave van zijn dagboek.

Hoe is het dagboek tot stand gekomen?

Wim Kan, oprichter van het ABC-Cabaret werd in 1939 gevraagd voor een ‘100 dagen uit en thuis’- tour en vertrok hiervoor naar Indonesië. Deze aanbieding is afkomstig van de bond van Nederlands-Indische Kunstkringen, maar 100 dagen werd het zeker niet, pas zes jaar later zetten Kan en zijn vrouw Corry pas weer voet op Nederlandse bodem. De tweede wereldoorlog was begonnen en Kan en zijn vrouw werden opgesloten in het jappenkamp. Later komt hij terecht aan de Burma Spoorlijn (ook wel de Dodenspoorlijn genoemd). Hier moest hij werken, maar gelukkig voor Kan wordt hij voor een groot gedeelte bespaard doordat hij optreedt voor medegevangenen. Zo probeert hij de censuur van de Jappen te ontlopen en de mannen een hart onder de riem te steken. Het is dan wel weer mooi om te vertellen dat het op deze plek is dat Wim zijn conference technieken perfectioneert, waar hij jaren later veel profijt van heeft. Echtgenote Corry verblijft in die tussentijd niet bij hem maar in de vrouwenkampen, en heeft het niet veel beter dan Wim. Toch probeert ze er iets van te maken, zo is ze verpleegster en organiseert ook zij het amusement in de kampen, waaronder cabaret.

Gedurende het verblijf van Kan in Burma houdt hij een dagboek bij van alles wat hij meemaakt, zo doet hij verslag van de dagelijkse gang van zaken in de jappenkampen waarin hij heeft gezeten. De notities werden gemaakt met een potlood in schoolschriftjes, die hij stiekem in blikken trommels onder de grond bewaarde. Doordat Wim in hart en nieren cabaretier was, bleef hij dit ook doen in de kampen, zo schreef hij vele liedjes, trad op en schreef en speelde toneelstukken. Hij probeerde ondanks de uiterst barre omstandigheden zichzelf te blijven.

Het boek “Burmadagboek” is pas later samengesteld door Frans Rühl, na Kan’s overlijden. Want eenmaal weer terug in Nederland, met bittere oorlogservaring op zak, herpakte het echtpaar Kan het ABC-Cabaret. Toch was deze bittere oorlog niet terug te zien in de programma’s na deze periode, zo werd hun eerste productie ‘De mooiste ogenblikken’ genoemd. Ook kwam er in 1946 een wat luchtig boek uit, gepubliceerd door Wim zelf, die over de verhalen gingen van het ABC-Cabaret in Azië.

Waarschijnlijk probeerde ze op die manier de verschrikkelijke gebeurtenissen te vergeten, want het is niet dat ze er niet over spraken. Zo kan jaren later kleine jongen Franco Rühl zich nog goed de verhalen van Wim herinneren over die tijd in Burma. En ook één van de mooiste liedjes die Wim Kan geschreven heeft, “Er leven niet veel mensen meer die het hebben meegemaakt’ is een herinnering aan deze tragische periode in Kan’s leven.

Daarnaast heeft ook Tony van der Meulen een boek geschreven genaamd ‘Dansen op de Kwai: het leven na de Birma spoorweg’ met als doel het leven van de dwangarbeiders van de Dodenspoorlijn te reconstrueren. Ook Kan komt in dit boek, gepubliceerd in 2003, voor. Een groot deel van de ex-dwangarbeiders herinnerde Wim als een hoopgevende man met leuke shows.